De impact van AI op het onderwijs is groot. Hoe houd je als docent de regie? Volgens onderwijsdeskundige en AI-expert Marieke van Osch begint dat bij anders kijken naar leren en toetsen.
Toen Marieke van Osch bijna dertig jaar geleden haar studie onderwijskunde volgde, kwam ze al in aanraking met kunstmatige intelligentie. Destijds nog een relatief klein en abstract onderzoeksgebied, maar inmiddels uitgegroeid tot een technologie die het onderwijs in rap tempo verandert. Als expert op het snijvlak van AI en onderwijs ziet zij van dichtbij wat die ontwikkeling betekent voor docenten en leerlingen in het voortgezet onderwijs.
Impact op het onderwijs
Volgens Van Osch is de doorbraak van tools als ChatGPT een kantelpunt geweest. ‘Dat het zo snel de hele maatschappij zou doordringen, had bijna niemand zien aankomen’, vertelt ze. Tegelijkertijd merkt ze dat het gesprek over AI vaak te smal is geworden. ‘Iedereen heeft het nu over generatieve AI, maar AI is veel breder dan dat.’ Onder generatieve AI vallen tools zoals ChatGPT, Copilot, Gemini. Dit zijn systemen die tekst of beelden produceren op basis van grote taalmodellen en kansberekening: welke woorden horen statistisch gezien bij elkaar? Dat die systemen inmiddels zo goed zijn dat ze nauwelijks nog van menselijk werk te onderscheiden zijn, maakt de impact op het onderwijs groot.
Die impact is vooral zichtbaar in toetsing en beoordeling. Traditionele opdrachten, zoals het schrijven van een tekst thuis, zijn volgens Van Osch kwetsbaar geworden. ‘Als je de opdracht hetzelfde laat als altijd, krijg je nu een AI-antwoord.’ Daarmee komt niet alleen de betrouwbaarheid van toetsing onder druk te staan, maar ook de manier waarop we naar leren kijken. Van Osch: ‘Ik vond altijd al dat we veel te traditioneel toetsen in het onderwijs. Leerlingen werden vergeleken met het gemiddelde en niet met hun eigen ontwikkeling. AI dwingt ons om opnieuw naar ons onderwijssysteem te kijken.’
Het gebruik van AI
In haar werk met scholen ziet Van Osch verschillende reacties op de komst van AI. Bestuurders maken zich zorgen over privacy en dataveiligheid, beleidsmakers zien kansen voor analyse en innovatie, terwijl docenten vaak zoeken naar houvast: wat mag wel en niet? Die vraag is volgens haar terecht, maar niet voldoende. ‘We moeten niet alleen regels opstellen, maar ook kritisch kijken naar onze opdrachten en toetsvormen.’
Een belangrijk advies is daarom om expliciet te maken hoe en wanneer AI gebruikt mag worden. Sommige scholen werken met een ‘waaier’ van mogelijkheden: AI mag bijvoorbeeld helpen bij het bedenken van een structuur, maar niet bij het schrijven zelf. Tegelijkertijd pleit Van Osch ervoor om opdrachten fundamenteel anders te ontwerpen. ‘Als een opdracht zo algemeen is dat AI het makkelijk kan maken, moet je je afvragen of het nog wel een goede opdracht is.’
Het detecteren van AI-gebruik ziet zij niet als dé oplossing. Tools die zouden kunnen herkennen of een tekst door AI is geschreven, zijn volgens haar onbetrouwbaar en kunnen zelfs schadelijk zijn. ‘Leerlingen die gestructureerd schrijven, worden er soms onterecht uitgepikt.’ In plaats daarvan pleit ze voor een andere aanpak: ken je leerlingen, ga het gesprek aan en maak duidelijk waarom leren belangrijk is. ‘Leerlingen moeten begrijpen waarom ze iets doen. Dan wordt het ook logischer dat ze bepaalde dingen zelf moeten kunnen.’
Verrijking van het onderwijs
Tegelijkertijd biedt AI juist kansen om het onderwijs te verrijken. Van Osch ziet voorbeelden van docenten die opdrachten complexer maken, zodat leerlingen AI juist moeten gebruiken. Daarbij verschuift de focus van het eindproduct naar het proces: hoe zet je AI slim in, wat werkt wel en wat niet, en wat leer je daarvan? ‘Dan is AI niet meer een stiekeme tool, maar gewoon een hulpmiddel waar je open over praat.’
Cruciaal daarbij is dat het onderwijs draait om leerdoelen. AI kan helpen om die doelen inzichtelijker en concreter te maken, bijvoorbeeld door modellen of uitleg te genereren die aansluiten bij het niveau van de leerling. Maar dat vraagt wel om goede instructies, zogenoemde prompts. Van Osch: ‘Als je jouw AI-tool precies uitlegt wat je nodig hebt en voor wie, krijg je veel betere resultaten die aansluiten bij jouw leerling.’
Tijd voor de leerling
Tot slot benadrukt de onderwijskundige dat AI vooral een middel is, geen doel op zich. Haar belangrijkste advies aan docenten: kijk naar de kern van je vak en je rol. Zet AI in waar het echt iets toevoegt, maar wees kritisch op wat je ervoor weggeeft. Van Osch: ‘Dat klinkt misschien cryptisch, maar als jij werk van leerlingen uploadt in een AI-tool om na te kijken, dan leer jij je leerlingen minder goed kennen. En denk ook aan de leerlingdata die je verstrekt. Gebruik AI altijd op een veilige manier.’
Maar misschien wel het belangrijkste: gebruik de tijd die AI je oplevert goed. ‘Laat AI de minder leuke, repetitieve taken doen, zodat jij meer tijd hebt voor je leerlingen.’ Daar ligt volgens Van Osch de echte meerwaarde. Niet in het automatiseren van onderwijs, maar in het versterken van de menselijke kant ervan. Want juist in een tijd waarin technologie steeds slimmer wordt, blijft goed onderwijs uiteindelijk draaien om contact, begrip en echte aandacht voor de leerling.
Marieke van Osch is initiatiefnemer van eduapp. Door middel van samenwerking en kennisdeling helpt Eduapp meer grip te krijgen op AI in het onderwijs. Kijk voor meer informatie op de website van eduapp.nl.
Doorpraten over AI? Meld je aan voor de bijeenkomst ‘AI in het onderwijs’ van Nieuws in de klas op 1 oktober 2026.