Journalist in de klas is in volle gang. Oorlogscorrespondent Hans Jaap Melissen bezocht zijn oude middelbare school, het Corderius College in Amersfoort.
De slaap moet nog even uit de ogen gewreven worden het eerste lesuur… Zowel bij Hans Jaap Melissen als bij de leerlingen. Maar de stilte, zowel bij het luisteren als bij het beantwoorden van de vragen van Melissen, moet niet verward worden met verveling. De klas luistert aandachtig naar de verhalen van de oorlogsjournalist. Vooral de persoonlijke verhalen, leveren grote ogen op. Ook het beeldmateriaal dat Melissen laat zien, een compilatie van zijn werk in oorlogsgebieden en beelden van een bominslag vlakbij zijn hotel, maken indruk.
De journalist start met een rondvraag welke nieuwsbronnen de leerlingen gebruiken. Als duidelijk wordt dat ze niet of nauwelijks geïnteresseerd zijn in nieuws, is enige ontsteltenis op te merken bij Melissen. De leerlingen komen vooral in aanraking met nieuws als het op hun social media-feed voorbijkomt. 'Maar dan lees ik het eigenlijk niet', biecht een leerling op.
Shit-detector
Melissen staat uitgebreid stil bij de werkwijze van een journalist en licht dit toe met sprekende voorbeelden uit zijn eigen loopbaan. Met stellingen en vragen zoekt hij de interactie op met de klas en gaandeweg komen de leerlingen een beetje los. De leerlingen doen actief mee met het testen van hun shit-detector: kunnen ze raden of Melissen de waarheid vertelt of niet. De journalist komt met een verhaal uit zijn eigen schooltijd op het Corderius College. Hij was toen een cocaïnedealer. Verbazing en gelach stijgt op uit de klas. Door de leerlingen kritische vragen te laten stellen, maakt Melissen duidelijk dat je verhalen nooit zomaar moet geloven. Al zit er wel een kern van waarheid in dit verhaal... Melissen werd tijdens maatschappijleer de klas uitgestuurd omdat hij in de weer was met een scheermesje en wit poeder. Hij moest zich direct melden bij de rector. Het bleek krijtpoeder.
Volle aandacht
Of de journalist dit werk nog lang vol gaat houden, vraagt een leerling zich af. Melissen lacht en vertelt dat hij eigenlijk na tien jaar had willen stoppen, maar inmiddels is hij bijna dertig jaar verder. Al begint de leeftijd wel te tellen, merkt hij op. 'Toen ik aan de besneeuwde frontlinie in Oekraïne met mijn zware kogelvest moest vluchten voor een drone, was ik wel de langzaamste van de groep.' Er gaat een nieuwe vinger de lucht in. 'Wordt u niet pessimistisch van uw werk?' 'Ik probeer het te scheiden', antwoordt de oorlogsverslaggever. 'Ik ga hier in Nederland niet zeggen dat mensen niet mogen zeuren om kleine problemen, omdat mensen het in oorlogsgebieden veel zwaarder hebben. En het helpt dat ik het oog van een journalist heb. Ik ben daar om verhalen te vertellen. Die taak zorgt ervoor dat ik niet zwaarmoedig word.'
De vragen volgen elkaar voorzichtig op. 'Bent u vaak in Gaza geweest?', vraagt een leerling met Palestijnse ouders zich af. Andere klasgenoten vragen zich af of Melissen nooit bang is, en wat vinden zijn vrouw en zoon er eigenlijk van? Melissen beantwoordt alle vragen met volle aandacht. En dan heeft hij ook nog een vraag terug: 'Wie van jullie wil later ook journalist worden?' Het blijft angstvallig stil. Maar dan gaat er een vinger de lucht in: 'Ik wil politiek verslaggever worden.' Melissen beantwoordt de leerling met een grote lach: 'Ga ervoor!'
Na de les blijven twee leerlingen hangen die nog meer van de oorlogsjournalist willen weten. Alle andere leerlingen verlaten kletsend het klaslokaal. Maar de volgende keer als ze hun social media-feed checken, denken ze misschien even aan de les van Melissen: 'Geloof niet alles wat je ziet, zet je shit-detector aan en check meerdere bronnen.'
Volgend jaar ook meedoen aan Journalist in de klas? Vind meer informatie op journalistindeklas.nl.